De jaren 30

Euphonia in 1930

Deze periode valt ongeveer samen met de zogeheten crisistijd.
In de tweede helft van de jaren ’20 werd de bewaarschool als repetitieruimte verruild voor een houten gebouwtje, dat hoorde bij de openbare school. Dit stond aan de Hagen, waar nu de Hema is gevestigd. Als dit lokaal niet beschikbaar was, week men uit naar de fabriek van Prakke aan de Haaksbergseweg. Dit huidige Gemavo-gebouw werd vroeger de kastanjefabriek genoemd, vanwege de kastanjebomen die er stonden.
In 1930 kreeg E. Wettig Weissenborn uit Hengelo de leiding over het orkest. Hij kon Bijneveld niet doen vergeten en nam al in 1931 afscheid. Zoals bij meer dirigenten schortte het hem niet aan muzikaliteit, maar wel aan de gave zijn kunde op de leden van het orkest over te brengen..
In een kranteninterview in 1987 herinnerde Herman Menkhorst jr. zich:
“Vooral de schoolfeesten van voor de oorlog waren een hoogtepunt van de vele optredens. Aan de optocht tijdens zo’n schoolfeest met de stoelendans in de feestweide en de andere spelletjes die Euphonia begeleidde, beleefde ik geweldig veel plezier.”

De ledenvergaderingen

De notulen van ledenvergaderingen die zich in het archief van Euphonia bevinden, beginnen op 18 februari 1931. Engbert Bartelink was toen voorzitter. Hij werd ons beschreven als een vriendelijke, gemoedelijke man, die in de ‘kastanjefabriek’ zijn brood verdiende. A.H. Floors was secretaris en G. Menkhorst penningmeester. De laatste deelde mee, dat er fl 361,62 was ingeteerd op het kapitaal van de vereniging. In deze vergadering werd besloten niet aan een concours deel te nemen, want er moest  eerst maar eens flink geoefend worden.
Voorzitter Bartelink moest er weer op hameren, dat leden die de repetities niet konden bijwonen, even afzegden.  Er zou worden bekeken of er onder verantwoordelijkheid van het bestuur een doneervereniging kon worden opgericht.
Eind februari 1932 was de volgende ledenvergadering. Herman Menkhorst sr. was na het vertrek van Wettig Weissenborn ingevallen als directeur. De discussie ging er nu over of Menkhorst de vaste directeur zou worden of dat men een advertentie in het Maandblad zou zetten voor een ander. Er werd gesteld, dat de opkomst bij de repetities onder leiding van Menkhorst veel groter was dan bij Wettig Weissenborn. Bovendien ‘is het financieel ook een voordeel voor de vereeniging.’ Wettig Weissenborn kreeg als beroepsmusicus uiteraard een hoger salaris dan de amateur Menkhorst en bovendien scheelde het nog wat in de reiskosten.
Er werden 22 stemmen op Menkhorst uitgebracht, slechts vier leden stemden voor een advertentie, zodat Menkhorst als directeur werd benoemd.
Weinig mensen weten dat de vereniging ooit bezitster is geweest van twee percelen tuingrond. Deze bevonden zich ongeveer achter de meubelzaak van Helmink vlakbij de tuin van voorzitter E. Bartelink, die op de hoek van de toenmalige Groenloschestraat woonde.

Euphonia bij een feest op de Maat in de jaren 1930

Euphonia bij een feest op de Maat in de jaren 1930

Op 19 december 1933 verkocht Euphonia één perceel van 0.01.63 ha aan de gemeente Eibergen. Er dreigde onteigening omdat ‘den nieuwen verbindingsweg tusschen den Haaksbergschen- en den Groenloschenweg’ moest worden aangelegd, de tegenwoordige Wilhelmweg dus. De grond was aangekocht om er te zijner tijd een oefenlokaal op te bouwen. De verkoopprijs bedroeg een rijksdaalder per vierkante meter en de transactie leverde fl. 407,50 op.

In 1934 vroeg Euphonia toestemming aan de gemeente een oefenlokaal te bouwen en diende zij een bouwtekening in. Het verzoek werd afgewezen, omdat de ruimte rondom het gebouw volgens de voorschriften te klein was. Men liet het plan varen en deed de grond over aan de heer H.J. Willink. Later werd er een huis op gebouwd, dat jarenlang is bewoond door het echtpaar Mengerink-Willink. In dit pand aan de Simmelinkkant van de Wilhelmweg, is nu een dependance van de winkel van Helmink gevestigd.
Uit het verslag van de vergadering van 28 maart 1934 valt op te maken dat er inmiddels een toneelvereniging aan het werk was, want E. Grijsen bedankte het bestuur voor het nieuwe toneel.
Vervolgens informeerde Grijsen, of leden van Excelsior ook op de uitvoeringen van Euphonia konden worden uitgenodigd. ‘Hier wordt nogal verschillend over gepraat en tenslotte het bestuur in handen gegeven.’

De verhouding tot Excelsior

Bovenstaande geeft ons de gelegenheid even stil te staan bij de verstandhouding tussen de twee muziekverenigingen in Eibergen.
Omdat er vrijwel niets over op papier staat, waren we grotendeels aangewezen op wat men ons daarover vertelde.
Het staat wel vast, dat er in vroeger tijd nogal wat haat en nijd tussen de zusterorkesten bestond.  Dit kwam vooral naar voren als er concoursen werden gehouden.  Zo gaat het verhaal, dat tijdens zo’n concours, leden van Excelsior op de eerste rij gingen zitten met als doel Euphonia tijdens de uitvoering zenuwachtig te maken, althans zo werd dat door hen uitgelegd. Toen bleek dat de vereniging de eerste prijs met lof van de jury had gewonnen, stonden de leden van Excelsior meteen teleurgesteld op. Volgens een andere anekdote zong Excelsior toen Euphonia op een concours slechts een tweede prijs had behaald ‘Euphonia zit in het kistje en Excelsior zit erop’. Er waren leden van Euphonia die het liefst verafgelegen concoursen bezochten om dit nalopen te voorkomen.
Tekenend voor de rivaliteit was, dat na afloop van een concours het op de Hagen zwart stond van de mensen, die met spanning op de uitslag stonden te wachten.
Volgens een zegsman waren familieleden en supporters vaak feller dan de muzikanten zelf.
Het zou gemakkelijk zijn om de onderlinge spanningen af te doen als wedijver die je in een dorp kunt verwachten, zoals dat ook met voetbalclubs vaak het geval is. Onze zegslieden benadrukken echter dat het zo nu en dan allerminst leuk was.  Men groette elkaar soms niet en er werden wel eens bedreigingen geuit. Van een gezonde rivaliteit is dan geen sprake meer.

Mevrouw J. Ordelman-Harder vertelde dat haar ouders en vier broers Excelsior-aanhangers waren. Toen zij verkering kreeg met Euphonialid Gerrit Ordelman, moesten de gezamenlijke manoeuvres die toentertijd hoorden bij een verkering, stiekem worden uitgevoerd. Haar vader zei wat vele vaders voor en na hem hebben gezegd: “Dat is geen jongen voor jou,” Maar gelukkig overwon de liefde. Vader Harder redde het niet tegen zijn dochter en uiteindelijk mocht Gerrit over de vloer komen. De enige voorwaarde was, dat er door niemand in huis over muziek mocht worden gesproken.

Om welke wereldschokkende zaken soms problemen ontstonden tussen de twee verenigingen kunnen we lezen in de volgende brief, verschenen in De Geldersche Bode van 5 oktober 1926:
“Een dezer dagen kreeg ik De Geldersche Bode van 24 September in handen en zag daaruit, dat uw correspondent een nabetrachting maakt over het loopen van de muziek in den optocht ter gelegenheid van het Volksfeest alhier. De correspondent schrijft “Het blijft perslot van rekening hetzelfde wie voorop loopt, jan of Piet.  Het gaat toch maar om de muziek. Wees dus niet kinderachtig in het vervolg”. M.i. kunnen de buitenstaanders hieruit opmaken dot zoowel Euphonia als Excelsior kinderachtig geweest zijn, Dit is echter niet zoo.  Excelsior had instructies van het Volksfeestbestuur om voorop te loopen; hiertegen ging Euphonia actie voeren en stelde voor om te loten, Toen deelde Excelsior vrijwillig mede, dot zij wel naar achteren zou gaan, welke opoffering loten onnoodig maakte.Het lijkt mij wel goed, dot even mede ten minste dat Excelsior toch zeker niet kinderachtig geweest is.
PS.  Ik ben geen lid van één der beide muziekvereenigingen.”

Natuurlijk stelde niet elk lid van Euphonia of Excelsior zich bij dergelijke kwesties even fanatiek op.  Bij beide verenigingen waren er felle en verzoenende leden. De vrouw van Gerard Menkhorst de postbode stond bekend als iemand, die voor Euphonia door het vuur ging.  Zij kon het moeilijk verdragen, als er bij een optreden op straat meer mensen achter het korps van Excelsior aanliepen dan achter Euphonia.  ‘Ach’, zei ze dan over de volgens van Excelsior ‘het zijn meest kinderen.’ Het was ook wel eens anders. De zojuist genoemde mevrouw Ordelman herinnerde zich bijvoorbeeld, dat haar man als voorzitter van Euphonia het heel goed kon vinden met zijn collega Willem Schäperclaus van Excelsior.

Na strubbelingen na het concours in 1973 te Millingen, bood het bestuur van Excelsior ruiterlijk zijn excuses aan. Sindsdien is de onderlinge verhouding sterk verbeterd, zo werd ons door beide partijen verzekerd.

Tenslotte nog iets over de ‘rooien’ van Excelsior en de ‘christelijken’ van Euphonia.

Euphonia is nooit een christelijke vereniging geweest. Als er in Eibergen al een christelijk muziekvereniging zou zijn opgericht, zou dat meer in de lijn hebben gelegen van de familie Ten Cate van de blekerij. De Ten Cates rekenden zich tot de orthodoxe vleugel binnen de Nederlands-hervormde Kerk. De Prakkes hadden duidelijk affiniteit met het vrijzinnig protestantisme en waren oprichters van de afdeling Eibergen van de Nederlandse Protestanten Bond.
Ger Dijkstra schreef in zijn boek over de geschiedenis van het socialisme in Eibergen over de oprichting van de arbeidersmuziekvereniging Excelsior:
“Een tiental was eerst aangesloten bij Euphonia, waar de fabrikanten een behoorlijke vinger in de pap hadden. De arbeiders gingen echter over naar Excelsior, dat in de daarop volgende jaren iedere feestelijke gebeurtenis in het rode kamp luister bijzette.”

Sommige leden van Excelsior weigerden uit principe tijdens schoolfeesten het Wilhelmus mee te spelen. Vooroorlogse socialisten waren in het algemeen tegen het koningshuis en het nationalisme; het volkslied zagen zij als uiting daarvan. Toch speelde Euphonia ook wel eens voor de ‘rooien’, zoals in 1938 bij het Meifeest in Ons Huis en een jaar later voor de Eibergse afdeling van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij.

Euphonia in 1934, Zwikkelaarsweide

Deze foto is gemaakt in 1934 op de Zwikkelaarsweide bij het afscheid van burgemeester Wilhelm.

Links van de muziektent met de burgemeester en de genodigden, staat Euphonia met het vaandel. Het klinkerstraatje rechts op de voorgrond is de burgemeester Smitsstraat. De achter Euphonia opreizende struik staat aan de Laagte en is inmiddels uitgegroeid tot een metershoge hulstboom. Hij staat bij het hek van de woning van Herman Schepers.